019. De sacramentsprocessie.

€ 18,50 (inclusief 21% btw)

Langs de hele route staan dennenbomen en berkentakken voorzien van witte en gele roosjes van crêpepapier. Een zonnige zondagmorgen in het Limburgse heuvelland. In de verte hoor je de klanken van een harmonie en ineens zie je een kleurrijke stoet uit een holle weg in het veld omhoog komen: een sacramentsprocessie. Dat moet toch een heerlijk gevoel van rust, harmonie en vreedzaamheid geven……………

Een speciale feestdag, die de kerk in de dertiende eeuw heeft ingesteld om de werkelijke aanwezigheid van Christus in de eucharistie te gedenken. Langzamerhand ontstond daarbij de traditie van de sacramentsprocessie. Vanuit de kerk trekt men in een feestelijke stoet door het dorp en omgeving. De priester draagt het Allerheiligst Sacrament, de geconsacreerde hostie in een kostbare meestal zilveren houder, de monstrans. Niet alleen religieuze overwegingen, maar ook nostalgie en folklore speelden in het verleden een rol.

Voorafgaand aan de Sacramentsprocessie vonden al veel activiteiten plaats. In het begin van de week moesten de mannen de heggen knippen, alles schoffelen en harken en de vrouwen de ramen wassen en de stoepen schrobben; want als de processie langs trok hield het hele dorp al biddend inspectie.

De versieringen in huis waren in handen van de vrouwen. Het beste linnen of damast tafellaken werd gewassen en gebleekt, gestreken en geperst. ’s Zaterdags werden de vazen gevuld met gele fletsen en rode Pinksterbloemen. Het H. Hartbeeld werd schoongemaakt en de kandelaars werden voorzien van nieuwe kaarsen. Bij gebrek aan kandelaars werden ook wel zoutvaasjes gebruikt, omwikkeld met wit in franje geknipt papier.

Voor de Hoogmis werd van een tafeltje of op kisten in de open voordeur een altaartje gebouwd. Daar overheen een wit linnen laken en een met kant gebiesd dekkleedje waarop de spreuk: “god zij met ons” was geborduurd. Hierop kwam het H. Hartbeeld te staan, omgeven door bloemen en kaarsen. De kaarsen werden pas aangestoken als de eerste misdienaars in zicht kwamen, want het uitwaaien bracht menige vrouw tot wanhoop.

De mannen hadden palen in de grond gezet, voorzien van een wit kruisje en witgele vaantjes. De straat werd geveegd en nat gesproeid en daarna besproeid met bloemblaadjes en gesneden lissengroen.

Bij het rustaltaar speelde de fanfare, zong het zangkoor en werd de zegen gegeven. Voor het Allerheiligste liepen de verenigingen met vaandel, de fanfare of harmonie, de schutterij, de maagdenkoren, het zang- en kerkkoor, de schoolkinderen, de meisjes in bruidsjurken, communicantjes en de jongens in hun herderspakjes.

Achter de priester, omgeven door flambouw dragende en wierokende misdienaars, volgden het kerkbestuur en de overige mannen en vrouwen.

In sommige dorpen werd voor het rustaltaar op straat een bonte loper uitgelegd van gekleurd zaagsel, uitgebreid met grote sterren of cirkels, die met zaagsel en fleurige veldbloemen opgevuld werden.

Bijbelse symbolen werden uitgebeeld, zoals het Lam Gods, H. Hart, IHS teken en dergelijke. Het beschadigen of beroeren hiervan, voordat de priester er over had gelopen, stond gelijk aan heiligschennis.

Het zaagsel werd geleverd door de timmerlieden en de veldbloemen door de schoolkinderen.

Duur fotopresentatie : 62 minuten